BLOGS VAN ONZE LAATSTE REIZEN

Drukke dagen in Phnom Penh, Cambodja

Wereldreis 2009 dinsdag 25 augustus 2009 Afdrukken

FOTO'S  |  FILMPJES |  {mosmap msid='107264770196285839663.000453b63b3e7b3de02f5' | show='0' | lbxzoom='16' | txtlightbox='KAART' | lbxcaption='Wereldreis 2009'} |

Vrijdag 21 aug. we zitten in een boot van Phnom Penh naar Siem Riep waar we de tempels van Angkor gaan bekijken. Afgelopen dinsdag zijn we naar de hoofdstad van Cambodja, Phnom Penh gevlogen. We hadden niet echt een idee wat we van de stad en het land konden verwachten. Volgens onze informatie zouden we veel lastig gevallen worden door mannetjes die ons van alles aan willen bieden. Na een paar dagen in deze stad blijkt dat helemaal niet het geval en is iedereen aardig en vriendelijk, later zal dit heel anders worden!

De vlucht van Bangkok naar Phnom Penh is kort, iets meer dan een uur. We regelen een taxi en nog een uur later zijn we ingecheckt in een guesthouse die we via de Lonely Planet hadden gevonden. Na een paar minuten ontdekken we dat onze beslissing voor dit kamertje iets te voorbarig is. Het is snikheet en enorm vochtig. Het kamertje is alleen uitgerust met een ventilator. We checken dus meteen weer uit om een ander guesthouse te zoeken. Het kamertje met de ventilator was overigens maar US$ 4. We vinden er eentje met airo voor US$ 8 per nacht, dat zijn leuke prijzen.

De dollars die we hebben zijn wel erg duur merkten we achteraf. In Cairns hadden we namelijk bij een geldwisselaar wat geld opgenomen met onze creditkaart. US dollars en Thaise Baht. We waren in de veronderstelling dat we geld op zouden nemen met onze credit card. In plaats daarvan hebben we  Australische dollars betaald om daarmee US dollars en Thaise bath te wisselen. We betalen dubbele kosten en naaien onszelf 100 euro. Tsja, zelfs na 8 jaar reizen maken we nog wel domme foutjes. Natuurlijk hadden we gewoon dollars en bath moeten pinnen met de creditkaart, dan betaal je weinig commissie en krijg je de dagkoers, sukkels!

Terug naar Cambodja. In ons fijne guesthouse zit een net zo fijn restaurant. Ook daar is het snikheet en we nestelen onszelf op een bank onder een ventilator en bestellen een lokaal biertje. Een joekel van een

fles (650ml) voor US$ 2. Ook een broodje met kruidenboter wordt aangerukt en we blijken een stokbroodje te krijgen, ohja Cambodja was ooit een Franse kolonie. Elke dag om half zeven wordt hier de film ‘Killing Fields’ getoond voor de gasten en mensen die op bezoek komen. De film gaat over het bloedige verleden van Cambodja waarin de Khmer Rouge miljoenen mensen  heeft gefolterd en gedood. Het geluid van de film valt op een gegeven moment uit, we kunnen het dus niet meer volgen, we kijken de film thuis nog wel eens opnieuw. Na nog meer bieren (werkt verkoelend bij P, bij Syl amper) en een heerlijk lokaal Khmer maaltijdje gaan we ons kamertje opzoeken en van de koelte genieten. Nouja dit is toch Azië, de airco doet het niet. Er moet eerst een mannetje met de afstandsbediening komen  om hem aan te zetten. We roepen een mannetje en de airco wordt aangezet. Zoals ik al meldde, dit is Azië en binnen een half uur valt de spanning uit. We zitten in het donker en de hitte neemt meteen de koelte over. We zoeken onze zaklamp op om wat te kunnen zien. Na een paar minuten komt de stroom weer terug, maar geen airco. We moeten weer het mannetje erbij halen. P is zo slim om de afstandsbediening te ontfutselen. Na een tijdje valt de stroom weer uit, als deze weer terug is blijkt de afstandsbediening niet te werken, we zitten weer in de hitte. Weer het mannetje erbij en we zien dat hij de airco zonder AB aanzet, weer wat geleerd, dat kunnen wij ook. Na een rommelige nacht waarbij de airco uitvalt en we de fan tijdelijk gebruiken worden we toch uitgerust wakker.

We ontbijten in ons guesthouse, pannenkoeken, verse sap, muesli en vers fruit. Het plan van vandaag is om naar het paleis en de voormalige gevangenis te gaan. Voor het eerst van ons leven nemen we de Tuk Tuk, in dit geval een brommertje met een kleine koets erachter, er passen ongeveer 4 mensen in. Europeanen 4, Aziaten een veelvoud hiervan. We hebben snel in de gaten dat dit vervoermiddel erg prettig en goedkoop is. Het is niet bijster snel, maar dat geeft nix, kunnen we mooi wat rondkijken. Het zit best comfortabel en je krijgt wat rijwind mee waardoor er ook nog koelte is, dat doen we vaker.

Aangekomen in het paleis moet P even 10 minuten zitten. De hitte is ondragelijk en er komt zweet te voorschijn waar je het echt niet wilt hebben. We zoeken een gids om ons wat rond te leiden. Het paleis complex van de koning bestaat uit diverse enorme gebouwen. Een gebouw voor (buitenlands) bezoek, de kroonjuwelen, olifanten stallen, het banket en een tempel. Dit zijn zo'n beetje de gebouwen die we kunnen bezoeken. In de rest van de gebouwen woont de koning daadwerkelijk en zelfs na een aantal

keren lief vragen mogen we daar niet op bezoek. We bekijken eerst het ceremoniële gebouw waar de koning is gekroond. Er staat een enorme troon, jammer genoeg voor de koning mag hij deze maar 1 keer gebruiken, tijdens de kroning. Verder staan er vele belachelijk kostbare geschenken van bevriende landen, erg veel is van goud. Het gebouw word van tijd tot tijd nog gebruikt om bezoek in te ontvangen.

Naast het ceremoniële gebouw staat een wat kleiner gebouwtje, hierin worden de kroonjuwelen bewaard. Jammer voor ons, deze worden niet tentoongesteld. Er is wel kleding te zien van de koning en zijn staf. De kleding van de staf is erg kleurrijk, zelfs zo kleurrijk dat het in 7 kleuren beschikbaar is. Je raadt het al, elke dag een ander kleurtje, anders raakt meneer misschien in de war. Het volgende gebouw is de Zilveren Pagode, genoemd naar de vloer die bestaat uit honderden massief zilveren tegels. Ook hier spat de overdaad er weer van af. Er staan een paar honderd boeddha beeldjes, natuurlijk van goud, zilver of edelsteen. Bijzonder is de boeddha van een kleine meter hoog gemaakt uit 1 groot stuk Jade. We bekijken de stallen waar de koninklijke familie 2 witte olifanten hield. Helaas zijn de olifanten net als een groot deel van de familie slachtoffer geworden van de rode Khmer. We nemen

afscheid van onze gids, koelen wat af in de schaduw met een colaatje en gaan nog even de complexen op ons eigen houtje bekijken. Het valt ons op dat alles erg netjes en schoon word gehouden, het is niet voor niets een Royal Palace.

Het paleis staat vlak aan een rivier op een bijzonder strategische plek. Het is namelijk het punt waar 3 rivieren samenkomen in de vierde, de Mekong. Hier lopen we wat langs de kade, een straat met vele hotels en restaurantjes. Het koelt hier nooit af, dus we besluiten nog maar eventjes te gaan uitrusten bij een cafeetje. Na een overheerlijke verkoelend glaasje verse lemon juice lopen we weer verder. We charteren een Tuk Tuk, niet moeilijk want ze lijken wel opgestapeld te staan op elke hoek. De Tuk Tuk brengt ons  naar de  Tuol Sleng gevangenis, ook wel unit S21 genoemd. Deze voormalige school midden in een woonwijk werd in de tijd van de Khmer Rouge gebruikt om mensen van allerlei pluimage te ondervragen en martelen. In eerste instantie ging het om hoge functionarissen, hoogwaardigheids bekleders daarna wetenschappers en later alle andere personen met enige kennis. Hierbij werden ook de familieleden inclusief vrouwen en kinderen gevangen genomen.

De gevangenis bestaat uit 4 gebouwen met een grote muur eromheen. De gebouwen zijn 3 verdiepingen hoog en uitgerust met grote cellen, hele kleine cellen (200x80cm), martel kamers en verhoor kamers. De martelingen die er plaatst hebben gevonden blijken het meest talrijk en gruwelijk ter wereld te zijn geweest. Ik ga dit verhaaltje  niet vergallen met details, maar de foto’s en de werktuigen die we er hebben gezien vertelden ons meer dan we wilden weten. Na verhoor en ‘bekentenis’ werden alle gevangenen zonder uitzondering vervoerd naar de killing fields alwaar ze bij aankomst direct werden geëxecuteerd. Een bezoek aan zo iets aangrijpends zet je toch wel weer aan het denken, hoe kunnen mensen zoiets doen of bedenken. In 1 van de gebouwen wordt regelmatig een documentaire getoond. We gaan er heen om er zo snel mogelijk weer uit te vluchten. Het is zo snik en snik heet in het lokaaltje dat wij en andere mensen het niet volhouden. We bedenken ons hoe het moet zijn geweest om hier gevangen te zitten.

Opnieuw charteren we een Tuk Tuk met een aardige chauffeur. Hij brengt ons terug naar het straatje waar ons guesthouse staat. Deze keer gaan we een biertje drinken in een heuse Irish Pub, Nouja niet helemaal echt, maar de eigenaar heeft z’n best gedaan. Er is in ieder geval Guinness (uit blik) en Ierse muziek, ook hier krijgen we weer een stokbroodje. Na een tussenstop in een ander iets te duur cafeetje

komen we terug bij de ‘Irish pub’ en bestellen we er beide een lokaal Khmer gerecht. De eigenaar is ook de kok en na een behoorlijk tijdje wachten zet hij 2 lekkere gerechtjes neer. Beide gerechtjes zijn helemaal vers en smaken erg lekker, vooral de kruiden die erbij zitten zeer erg bijzonder.

Donderdag gaan we direct na het ontbijt met een Tuk Tuk naar de killing fields. Deze massagraven liggen zo’n 15km buiten de stad. Het word een mooi ritje door de stad en uiteindelijk ook de buitenwijken en gewasvelden. Naar deze plek werden alle mensen vanuit S21 vervoerd om geëxecuteerd te worden. De executie werd direct na aankomst uitgevoerd. Als de Khmer rouge niet voldoende tijd had om iedereen te vermoorden die dag werden de overgebleven mensen in een donkere cel gestopt om de volgende dag alsnog aan de beurt te zijn. De slachtoffers die naar de killing fields werden vervoerd wist niet wat hen te wachten stond. De mensen die er in de buurt woonde wisten ook niet wat er gaande was.

Om het gekrijs van de slachtoffers te onderdrukken werd er een luidspreker opgehangen aan de magic tree, de boom staat er nog. Ook vrouwen en kinderen kwamen hier terecht. Baby’s werden van hun moeders afgenomen en tegen een boom gesmeten, de killing tree. Ook deze boom staat er nog, naast een (leeg) massagraf. Op het terrein staat een stupa, een torenhoog gebouw dat geplaatst word voor overledenen. In deze stupa liggen de 8000 schedels van mensen die zijn gevonden in de massagraven. Op het terrein zijn de gaten die als massagraf dienden allemaal nog te zien, het zijn tientallen graven.

We hebben ondanks de hitte nog een piepklein beetje energie over en we nemen een Tuk Tuk naar Wat Phnom, een tempel op de enige heuvel van de stad. Buitenlanders moeten hier US$ 1 betalen om de tempel te bezichtigen. Het is een mooie tempel met 100den Boeddha beeldjes. Buiten de tempel ‘koopt’ Pat een vogeltje om deze vrij te laten voor good luck. Op de heuvel beginnen we een beetje het gedrag van de mensen ten opzichte van toeristen te merken. We worden van alle kanten belaagd om iets te kopen, bedelaars geld te geven, op een olifant te rijden of voer voor de aapjes te kopen. Vaak word er maar 1 keer gevraagd of we iets willen kopen, maar soms worden we tientallen meters achtervolgd of nageroepen. Nouja, we zijn dan ook de enige toeristen op de heuvel en begrijpen het best een beetje.

Cambodjanen zijn er goed in om mensen en vooral toeristen uit te lachen. Ze staren je dan wat verdwaasd aan en beginnen dan ineens luidruchtig te lachen. Vaak zijn het er meteen meer dan 1, je voelt je best lullig omdat je geen idee hebt waarom ze lachen. Lachen is goed, dus daar doen wij dan ook maar braaf aan mee. P moest bij de tempel naar de WC, bijna overal zijn wel publieke WC’s te vinden, hier dus ook. Kijk naar de foto, dat zegt al genoeg, de WC in kwestie was echt Aziatisch, vies en vooral klein. De dames die de WC ‘schoon’ houden begonnen natuurlijk hardop te lachen, deze keer begrepen we het wel.

We nemen de Tuk Tuk weer terug naar ons hotelletje en scoren wat eten en biertjes. We boeken ook een boot rit  naar Siem Riep, de ingang voor Ankor Wat. De boottocht is 10x zo duur als de bus, €35 p.p. maar zou ons veel sneller en via een mooie route naar de plaats van bestemming vervoeren. De volgende dag moeten we vroeg opstaan om de boot te halen. Eenmaal op de kade aangekomen blijkt het een behoorlijk aftands ding te zijn. Als we een half uur na planning wegvaren blijkt het apparaat ook nog eens onnoemelijk veel lawaai te maken. De toch voert ons

op een van de rivieren en over het grootste meer van Azië richting het plaatsje Siem Riep. Onderweg zien we hoe de rivier door het landschap kronkelt. Alles onderweg is groen, groener, groenst met kleine huisjes en dorpjes tussen al het groen. Na een uur varen komen we op het meer aan, het is echt enorm, zo’n 200 km lang. Voor we het weten varen we er midden op en zien we rondom ons heen niets dan water. Als we het meer over zijn zien we de eerste vissersbootjes weer verschijnen en na een tijdje ook wat vissershuisjes. De toch blijkt uiteindelijk 7 uur te duren, hier waren we niet op voorbereid, we hadden geen eten meegenomen namelijk. Als we aankomen staat ons vervoer al klaar, we worden opgehaald door een Tuk Tuk die ons naar een ‘vriendje’ van de hotel baas uit Phnem Penh brengt, prima we kijken wel even of het was is. Na aankomst nemen we een kamer met  airco. Later op de avond nemen we weer een Tuk

Phnom Penh

Tuk, nu naar het dorpje, Pub street, daar willen we heen. De Pub street is zoals de naam al doet vermoeden een gezellig straatje. We profiteren van het happy hour en eten er lekker. Na een lange dag gaan we lekker koel slapen om de volgende dag naar de tempels van Ankor Wat te gaan.

Tot zover weer een update van de Globetrottertjes,

Pat en Syl

3100 x bekeken